ECLI:NL:CRVB:2012:BY3657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C.H. Bangma
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding in WWB-zaak
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was volledig ontheven van arbeidsverplichtingen. Tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Groningen dat zijn bezwaar ongegrond verklaarde, stelde appellant te laat beroep in. Hoewel het oorspronkelijke besluit geen rechtsmiddelenclausule bevatte, oordeelde de rechtbank dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Appellant voerde aan dat hij door ziekte pas laat beroep kon instellen en dat het college onrechtmatig had gehandeld door hem volledig te ontheffen van arbeidsverplichtingen terwijl hij nog arbeid kon verrichten. De Raad bevestigde echter dat appellant vanaf september 2006, toen hem werd meegedeeld dat beroep mogelijk was, redelijkerwijs had moeten begrijpen dat hij tijdig beroep moest instellen.
De Raad stelde vast dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was, mede omdat appellant niet gedurende de gehele periode arbeidsongeschikt was en hij in de veronderstelling verkeerde dat hij vijf jaar de tijd had, wat voor zijn rekening en risico kwam. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.