ECLI:NL:CRVB:2012:BY3619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant vroeg bijstand aan met ingang van 8 oktober 2008, maar het college kende deze toe vanaf 10 december 2008 vanwege het niet nakomen van de wettelijke inlichtingenverplichting. Appellant stelde dat hij voldoende informatie had verstrekt en dat er geen mutaties waren op zijn bankrekening in de relevante periode, wat telefonisch door de bank was bevestigd.
De Raad oordeelde dat de gevraagde bankafschriften relevant waren om het recht op bijstand vast te stellen en dat appellant onvoldoende had onderbouwd waarom hij deze niet kon overleggen. De overgelegde stukken boden geen duidelijkheid over het saldo in de periode van 8 oktober tot 10 december 2008.
Daarom kon niet worden vastgesteld dat appellant in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde gedurende die periode, waardoor het college de ingangsdatum van de bijstand terecht op 10 december 2008 heeft gesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ingangsdatum van de bijstand blijft 10 december 2008.