ECLI:NL:CRVB:2012:BY3618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor kosten van rechtsbijstand gemaakt in 2007 en 2008. Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam verleende bijzondere bijstand alleen voor de kosten uit 2008 en wees de aanvraag voor 2007 af, omdat bijzondere bijstand met terugwerkende kracht volgens de WWB niet verplicht is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij door psychische problemen in verband met de plotselinge uithuisplaatsing van haar minderjarige kinderen niet in staat was tijdig bijzondere bijstand aan te vragen en hulp in te schakelen. Ook stelde zij dat zij zich destijds niet realiseerde dat zij bijzondere bijstand voor rechtsbijstandskosten kon aanvragen.
De Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet als bijzondere omstandigheden kunnen worden aangemerkt die verlening van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigen. De psychische problemen werden niet met medische stukken onderbouwd en het niet realiseren van de mogelijkheid tot aanvraag is evenmin een bijzondere omstandigheid. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en sprak de beslissing uit in het openbaar op 20 november 2012.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.