ECLI:NL:CRVB:2012:BY3476
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij geschil over ontslag ambtenaar en functieopheffing
Betrokkene was sinds 1977 in dienst bij de gemeente Alkmaar en werkzaam bij een overheidsorganisatie sinds 1982. Naar aanleiding van een reorganisatie en een strategisch personeelsplan werd haar functie per 1 juli 2011 opgeheven en werd een ontslagprocedure gestart met een re-integratieperiode van 15 maanden. Betrokkene maakte bezwaar tegen het ontslag en de vrijstelling van werkzaamheden. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het ontslagbesluit en herstelde betrokkene in haar functie.
Verzoeker (de gemeente) stelde hoger beroep in en verzocht de Centrale Raad van Beroep om een voorlopige voorziening om de werking van de uitspraak van de rechtbank te schorsen. De Raad oordeelde dat het enkele feit dat de uitspraak mogelijk niet in stand blijft, geen voldoende grond is voor schorsing. Verder is het ontslag pas per 1 juli 2013 ingegaan, zodat er geen directe financiële risico’s zijn verbonden aan de terugkeer van betrokkene.
Ook het argument dat de functie zou zijn opgeheven en dat er geen grondslag is voor nadere besluitvorming, vormt geen spoedeisend belang. Het niet beschikbaar zijn van een passende functie behoort tot het normale risico van een bestuursorgaan. Daarnaast is het verloop van de re-integratietermijn niet relevant omdat het ontslag ongedaan is gemaakt. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd verzoeker veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.