ECLI:NL:CRVB:2012:BY3475
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting en onduidelijke woonsituatie
Appellant heeft een aanvraag om bijstand ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op het opgegeven adres woont. Dit leidde tot een schending van de inlichtingenverplichting, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Daarnaast werd een aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten van een bed, gordijnen en een kast afgewezen omdat niet aannemelijk was dat deze kosten zich ten tijde van de aanvraag voordeden. De woonsituatie van appellant bleef onduidelijk, mede doordat persoonlijke bezittingen ontbraken en appellant verklaarde veel spullen bij zijn ex-partner te hebben.
De rechtbank heeft beide besluiten bevestigd en de Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep deze uitspraken bekrachtigd. De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan de verplichting om juiste en volledige informatie te verstrekken en dat de uitzonderingsgrond voor dringende redenen niet van toepassing was. De aanvragen werden daarom terecht afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag en de aanvraag om bijzondere bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en onduidelijke woonsituatie.