ECLI:NL:CRVB:2012:BY3350
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening en terugvordering WAO-uitkering na gewijzigde belastingdienstpositie
Appellant verzocht het UWV om terug te komen van besluiten uit 2002 omtrent herziening en terugvordering van zijn WAO-uitkering. Het UWV wees dit verzoek af, waarna appellant in beroep ging bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de brief van de Belastingdienst Limburg uit 2010 weliswaar een nieuw feit of veranderde omstandigheid kon zijn, maar dat dit niet leidde tot een redelijke grond voor het UWV om terug te komen op eerdere besluiten.
In hoger beroep heeft appellant dezelfde gronden aangevoerd, waarbij hij stelde dat de gewijzigde opstelling van de Belastingdienst met betrekking tot de meewerkaftrek in 1999 materiële gevolgen zou hebben voor de besluitvorming. De Raad overweegt dat appellant niet heeft aangetoond hoeveel uren hij daadwerkelijk werkte en welke inkomsten hij genoot in 1999, waardoor de gewijzigde opstelling geen effect heeft op de eerdere besluiten.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier I.J. Penning, op 16 november 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere besluiten inzake herziening en terugvordering van de WAO-uitkering blijven gehandhaafd.