ECLI:NL:CRVB:2012:BY3320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens herstel en arbeidsgeschiktheid medewerker wijkonderhoud
Appellant was werkzaam als medewerker wijkonderhoud en meldde zich op 8 september 2008 ziek vanwege lichamelijke en later psychische klachten. Het UWV beëindigde op 28 april 2010 de Ziektewetuitkering per 3 mei 2010, omdat appellant niet langer ongeschikt werd geacht voor zijn werk.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn beperkingen en de belastende thuissituatie met overlastgevende minderjarige zoons onderschat waren, waardoor hij niet in staat was zijn arbeid te verrichten. De Raad overwoog dat psychosociale belasting uit de thuissituatie buiten beschouwing moet blijven bij de beoordeling van arbeidsgeschiktheid.
Psychologisch onderzoek toonde spanningsgerelateerde klachten zonder ernstige psychische stoornissen. Het UWV achtte appellant geschikt voor zijn redelijk spanningsarme en fysiek weinig belastende werk. De Raad bevestigde het besluit tot beëindiging van de uitkering en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is per 3 mei 2010 terecht beëindigd omdat hij niet langer ongeschikt was voor zijn arbeid.