ECLI:NL:CRVB:2012:BY3010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over overneming betalingsverplichtingen WW inzake roostervrije en kort verzuimdagen
Betrokkene verzocht appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, om de betalingsverplichtingen van zijn werkgever over te nemen op grond van Hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet (WW). Appellant verstrekte een voorschot en kende een uitkering toe tot en met de opzegtermijn van 7 december 2010. Betrokkene maakte bezwaar tegen de beperking van de vergoeding van vrij opneembare roostervrije dagen en kort verzuimdagen tot deze periode.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van appellant voor zover het de betalingsverplichting over een jaar niet overnam. Appellant stelde hoger beroep in. In het hoger beroep handhaafden partijen hun standpunten: appellant beschouwt stortingen in het Tijdspaarfonds niet als betalingen aan een derde, terwijl betrokkene wijst op de collectieve arbeidsovereenkomst die bescherming biedt over een periode van een jaar.
De Raad verwees naar eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat Cordares en het Tijdspaarfonds niet als derden in de zin van artikel 64, eerste lid, aanhef en onder c, van de WW gelden. Hierdoor is de berekening van de betalingsverplichting over 13 weken en de opzegtermijn terecht. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard. Een schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit van appellant gehandhaafd.