ECLI:NL:CRVB:2012:BY2720
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht bij terugvordering bijstand
Appellanten ontvingen bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens het verzwegen vermogen in Turkije. Appellanten maakten bezwaar, maar deze werden ongegrond verklaard.
Appellanten stelden hoger beroep in tegen twee afzonderlijke besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk vanwege niet tijdige betaling van het griffierecht en wees het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. Appellanten voerden aan dat slechts eenmaal griffierecht verschuldigd was en dat het griffierecht voor het tweede beroep was betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de griffierechtnota aangetekend was verzonden en dat appellanten geen feiten hadden aangevoerd die aannemelijk maakten dat de nota niet was ontvangen. Daarnaast waren er twee afzonderlijke beroepschriften ingediend, waardoor het griffierecht voor elk afzonderlijk beroepschrift verschuldigd was. Het beroep tegen beide uitspraken werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard.