ECLI:NL:CRVB:2012:BY2705
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1921, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Zij stelde dat zij in 1943 een bombardement nabij haar werkplek had meegemaakt en getuige was geweest van een executie in Haarlem in het laatste oorlogsjaar.
Verweerder wees het verzoek af wegens onvoldoende bewijs dat appellante daadwerkelijk door oorlogsgeweld was getroffen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel na onderzoek van de feiten en omstandigheden. Hoewel vaststaat dat vijftien mannen op 7 maart 1945 in Haarlem zijn geëxecuteerd en dat er op 13 december 1943 een bombardement plaatsvond in Heemstede, is onvoldoende objectief bewijs dat appellante hierbij aanwezig was.
De Raad benadrukt dat verklaringen van betrokkenen niet zonder meer als voldoende bewijs gelden en ondersteund moeten worden door objectieve gegevens. Het enkele noemen van een naam van een collega vormt geen voldoende aanknopingspunt voor nader onderzoek. Gezien het ontbreken van dergelijk bewijs houdt het bestreden besluit stand en wordt het beroep ongegrond verklaard.
Tot slot ziet de Raad geen aanleiding tot toewijzing van proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 november 2012.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van getroffen zijn door oorlogsgeweld.