ECLI:NL:CRVB:2012:BY2703
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht en kostenveroordeling bij toekenning WUV-uitkering weduwe
Appellante vroeg een periodieke uitkering als weduwe op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (Wuv) aan, nadat haar echtgenoot was overleden. De uitkering werd toegekend met ingang van de datum van aanvraag, waarna zij bezwaar maakte tegen de beperkte terugwerkende kracht.
De Raad stelde vast dat verweerder tekort was geschoten door appellante niet tijdig te informeren over haar mogelijke rechten, maar dat dit niet betekent dat de uitkering over de volledige periode vanaf het overlijden van haar echtgenoot tot de aanvraag moet worden toegekend. Volgens vaste rechtspraak zijn financiële aanspraken op de overheid na vijf jaar niet meer afdwingbaar vanwege rechtszekerheid.
Verder wees de Raad het beroep af om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in bezwaar, omdat de bijstand door de kleinzoon van appellante, hoewel jurist, niet als beroepsmatig werd aangemerkt. De Raad verklaarde het beroep tegen het eerste besluit gegrond en vernietigde dit, maar verklaarde het beroep tegen het nadere besluit ongegrond en bepaalde dat het griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De terugwerkende kracht van de WUV-uitkering wordt beperkt tot vijf jaar en vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt afgewezen.