ECLI:NL:CRVB:2012:BY2673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen schadevergoeding wegens feitelijk handelen UWV
Appellant verzocht het UWV om schadevergoeding wegens gemiste pensioenaanspraken als gevolg van handelen van het Sociaal Fonds voor het Baggerbedrijf en de Gemeenschappelijke Medische Dienst in 1985. Het UWV wees dit verzoek af omdat het handelen onzorgvuldig was, maar de arbeidsongeschiktheidsuitkering ongewijzigd werd voortgezet. Appellant stelde dat de brief van een arbeidsdeskundige uit 1985 wel een besluit met rechtsgevolg was.
De rechtbank oordeelde dat de uitlatingen feitelijk van aard waren en niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht konden worden aangemerkt. Hierdoor was bezwaar en beroep tegen het schadebesluit niet ontvankelijk. De Centrale Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat appellant zich tot de burgerlijke rechter moet wenden voor zijn schadevordering.
De Raad benadrukte dat de verjaringstermijn van vijf jaar voor schadevorderingen op grond van onrechtmatige bestuursdaad begint te lopen vanaf het moment dat het onherroepelijke besluit vaststaat. Appellant had te laat om schadevergoeding verzocht. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen het besluit van het UWV tot weigering van schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard.