ECLI:NL:CRVB:2012:BY2274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante viel in juli 2008 uit wegens nek- en concentratieklachten, mogelijk veroorzaakt door een auto-ongeluk in 2006. Na een periode van arbeidsongeschiktheid hervatte zij haar werk, maar meldde zich later opnieuw ziek. In april 2010 vroeg zij een WIA-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen op grond van medisch en arbeidskundig onderzoek.
De verzekeringsarts concludeerde dat er geen objectieve aanwijzingen waren voor een depressie of ernstige psychische stoornis rond de datum in geding. De arbeidskundig onderzoeker berekende een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%, wat onvoldoende is voor een WIA-uitkering. Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat zij wel degelijk een depressieve stoornis had, maar deze stellingen werden niet ondersteund door de medische stukken.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de medische en arbeidskundige beoordeling juist was. De Raad verwierp het beroep en bevestigde het besluit dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd.