ECLI:NL:CRVB:2012:BY2154
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening in WAO-uitkeringszaak
In deze zaak heeft het UWV hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een WAO-uitkering. Verzoeker vroeg vervolgens een voorlopige voorziening bij de Centrale Raad van Beroep. Nadat het UWV het hoger beroep introk en toezegde uitvoering te geven aan de rechtbankuitspraak, trok verzoeker ook het verzoek om voorlopige voorziening in.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener in de kosten kan worden veroordeeld. Het UWV erkende dat verzoeker met ingang van 1 augustus 2012 recht heeft op een WAO-uitkering berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid.
Daarom werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, begroot op € 437,-. Verzoeker kan het griffierecht rechtstreeks bij het UWV declareren. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M.M. van der Kade op 2 november 2012.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 437,- proceskosten aan verzoeker.