ECLI:NL:CRVB:2012:BY2108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- T.L. de Vries
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens ontbreken gezagsverhouding directeur
Appellant, vermeld als directeur met volledige volmacht in het handelsregister, vorderde een WW-uitkering. Het UWV weigerde deze omdat geen sprake was van een gezagsverhouding tussen appellant en werkgever, een vereiste voor werknemerschap volgens de WW.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant niet in privaatrechtelijke dienstbetrekking stond. In hoger beroep betoogde appellant dat er wel een arbeidsovereenkomst en gezagsverhouding bestond, maar de Raad beperkte zich tot dit punt.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat geen gezagsverhouding bestond. Dit werd onderbouwd door het ontbreken van een schriftelijke arbeidsovereenkomst, het ontbreken van premies, de functie van appellant als mede-eigenaar en bestuurder, en de getuigenverklaringen die geen hiërarchische ondergeschiktheid toonden.
De enkele stelling van appellant dat hij ondergeschikt was aan een ander binnen de organisatie woog onvoldoende. De Raad concludeerde dat appellant niet als werknemer in de zin van de WW kan worden aangemerkt en bevestigde de weigering van de WW-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen werknemer is en wijst het beroep op WW-uitkering af.