ECLI:NL:CRVB:2012:BY2106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding en medeterugvordering bijstand volgens WWB
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een besluit van de gemeente Nijmegen waarin bijstandskosten mede werden teruggevorderd van betrokkene wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met B. De Raad beoordeelde of betrokkene en B. in de periode van 1 juli 2005 tot en met 31 maart 2008 een gezamenlijke huishouding hadden volgens artikel 3 van Pro de WWB.
De Raad concludeerde op basis van verklaringen van betrokkene, B. en diens moeder, alsmede observaties en een rapportage van de sociale recherche, dat betrokkene en B. van 20 december 2005 tot en met 31 maart 2008 een gezamenlijke huishouding voerden. Dit omvatte gezamenlijk hoofdverblijf en wederzijdse zorg. De periode van 1 juli 2005 tot 20 december 2005 werd niet als gezamenlijke huishouding aangemerkt.
De rechtbank had het besluit vernietigd, maar de Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover het besluit van 23 juni 2008 is herroepen en draagt appellant op een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De medeterugvordering is ondeelbaar, waardoor het gehele besluit wordt vernietigd. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het besluit tot medeterugvordering van bijstandskosten wordt deels vernietigd en appellant krijgt opdracht tot nieuwe beslissing over bezwaar.