ECLI:NL:CRVB:2012:BY2099
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn Wajong-uitkering
De zaak betreft een appellant die sinds 1998 een Wajong-uitkering werd geweigerd door het UWV. Na een langdurige procedure, waarin het bezwaar en beroep ruim zes jaar duurden, heeft het UWV in 2012 het besluit herzien en erkend dat appellant volledig arbeidsongeschikt is sinds 1985, met een ingangsdatum van de uitkering op 2 oktober 2002.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het eerdere besluit van het UWV onrechtmatig was en vernietigde het bestreden besluit van 6 december 2006. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, totaal € 2.254,--. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt verder onderzocht.
De Raad benadrukte dat het belang van appellant in hoger beroep bleef bestaan vanwege het verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:73 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het nieuwe besluit van 17 augustus 2012, dat geheel tegemoetkomt aan de bezwaren van appellant, wordt niet meegenomen in het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 november 2012, waarbij tevens de Staat der Nederlanden als partij werd betrokken voor de verdere procedure betreffende de schadevergoeding.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.