ECLI:NL:CRVB:2012:BY2090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding WIA-uitkering
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij geen recht had op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was vanaf 12 augustus 2011. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring en oordeelde dat er geen verschoonbare reden was voor de overschrijding van de bezwaartermijn.
In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere gronden, waaronder het misverstand dat zij moest wachten met het indienen van bezwaar totdat aanvullende medische informatie was ontvangen. Zij bracht geen nieuwe gronden of onderbouwing in.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank terecht en met juiste motivering had geoordeeld dat er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding zoals bedoeld in artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet-verschoonbaar te laat indienen van het bezwaarschrift.