ECLI:NL:CRVB:2012:BY1392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toename arbeidsongeschiktheid
Appellant, een interieurbouwer, viel in september 2002 uit wegens rugklachten. Het UWV weigerde in 2004 een WAO-uitkering toe te kennen vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na een ziekmelding in 2005 en een afwijzing van het recht op ziekengeld, meldde appellant zich in 2009 toegenomen arbeidsongeschikt. Het UWV weigerde opnieuw een WAO-uitkering toe te kennen omdat geen objectieve medische toename van beperkingen kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV zorgvuldig onderzoek had gedaan en dat de medische stukken geen aanwijzingen gaven voor een toename van arbeidsongeschiktheid. In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, maar kon deze niet met nieuwe medische informatie onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere oordelen en concludeerde dat de medische beperkingen sinds 2005 niet waren toegenomen. Hierdoor was geen grond voor toekenning van een WAO-uitkering. De Raad bevestigde het bestreden besluit en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.