ECLI:NL:CRVB:2012:BY1369
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor maatschappelijke opvang kwetsbare persoon
Verzoeker was tot 5 oktober 2012 opgevangen in een jeugdinstelling, maar is toen uit de opvang gezet waardoor hij zonder enige opvang kwam te zitten. Hij kan niet terug naar zijn land van herkomst vanwege levensgevaar en bezit geen verblijfsdocumenten. Verzoeker heeft een ernstige psychiatrische aandoening, waaronder een posttraumatische stressstoornis en depressie, waardoor hij kwetsbaar is en niet zonder opvang kan.
Het college stelde dat verzoeker opvang kan krijgen via een vrijheidsbeperkende maatregel onder de Vreemdelingenwet 2000, maar dit is onvoldoende aannemelijk gemaakt en verzoeker blijkt daarvoor niet in aanmerking te komen. De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker onder toepassing van artikel 8 EVRM Pro recht heeft op maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, bepaalt dat verzoeker per direct recht heeft op maatschappelijke opvang en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het college kan bij gewijzigde omstandigheden om opheffing van de voorziening verzoeken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoeker krijgt recht op maatschappelijke opvang.