ECLI:NL:CRVB:2012:BY1342
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor behoud WW-uitkering bij vrijwilligerswerk
Verzoekster, die een WW-uitkering ontving sinds augustus 2010 en een deeltijdopleiding HBO-Rechten volgde, wilde met behoud van haar WW-uitkering vrijwilligerswerk verrichten bij het Bureau Sociaal Raadslieden (BSR) te Veldhoven. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat de werkzaamheden niet als traditioneel vrijwilligerswerk konden worden aangemerkt.
Verzoekster stelde hoger beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening om het vrijwilligerswerk te mogen verrichten tijdens de procedure. De voorzieningenrechter stelde vast dat verzoekster sinds 3 september 2012 geen recht meer had op WW-uitkering vanwege haar werkzaamheden als buitengriffier bij de rechtbank. Omdat niet aannemelijk was dat het recht op WW-uitkering op korte termijn zou herleven, ontbrak een spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de behandeling van de bodemprocedure kon worden afgewacht, aangezien deze betrekking had op een reeds afgesloten periode. Verzoekster stond vrij om het vrijwilligerswerk te verrichten zonder behoud van WW-uitkering. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening om vrijwilligerswerk met behoud van WW-uitkering te mogen verrichten is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.