ECLI:NL:CRVB:2012:BY1058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- C.C.W. Lange
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was werkzaam als medewerkster bouwmarkt en ontving na het beëindigen van haar dienstverband een WW-uitkering. Na ziekmelding met hand- en polsklachten werd een Ziektewet-uitkering toegekend. Het UWV besloot deze uitkering te beëindigen per 5 juli 2010, omdat appellante niet langer ongeschikt was voor haar arbeid. Dit besluit werd door de voorzieningenrechter bevestigd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten voortkwamen uit artrose in plaats van fibromyalgie, met verwijzing naar een medisch rapport van een plastisch chirurg. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat bij verzekeringsgeneeskundig onderzoek de diagnose niet doorslaggevend is, maar de vaststelling van medische beperkingen voor arbeid. Het UWV had het medisch onderzoek zorgvuldig uitgevoerd en geen objectieve beperkingen vastgesteld.
De Raad concludeerde dat de beëindiging van de ZW-uitkering op juiste gronden was gebaseerd en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar klachten waren onderschat. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 5 juli 2010.