ECLI:NL:CRVB:2012:BY0891
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot medewerking aan vestiging krediethypotheek bij leenbijstand
Appellant ontving op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) een geldlening met de voorwaarde dat hij meewerkt aan het vestigen van een krediethypotheek als zekerheid voor rente- en aflossingsverplichtingen. Het college stelde dat deze verplichting volgt uit het beleid op basis van artikel 48, derde lid, en artikel 50 WWB Pro.
Appellant maakte bezwaar tegen de opgelegde hypotheekverplichting en stelde dat het college hem onvoldoende had gere-integreerd met Europese subsidies, waardoor bijzondere omstandigheden golden om af te wijken van het beleid. Tevens verzocht hij om schadevergoeding wegens gederfde inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het schadeverzoek af. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het college bevoegd is de hypotheekverplichting op te leggen en dat het niet re-integreren losstaat van deze bevoegdheid. Er waren geen bijzondere omstandigheden die afwijking van het beleid rechtvaardigen.
Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. De Raad concludeerde dat het hoger beroep faalt en bevestigde de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de hypotheekverplichting en wijst het schadeverzoek af.