ECLI:NL:CRVB:2012:BY0325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag algemene bijstand wegens ontbreken identiteitsbewijs
Appellant, een in Syrië geboren asielzoeker zonder geldige verblijfsstatus, vroeg algemene bijstand aan voor kosten van levensonderhoud. Het dagelijks bestuur weigerde deze bijstand omdat appellant niet voldeed aan de identificatieplicht zoals vereist in artikel 17, derde lid, van de WWB. Appellant voerde aan dat hij de vereiste documenten niet kon verkrijgen en dat de noodsituatie doorslaggevend moest zijn.
De Raad stelde vast dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij tevergeefs had geprobeerd een identiteitsbewijs te verkrijgen. Tevens werd het beroep op artikel 8 EVRM Pro afgewezen omdat appellant geen rechtmatig verblijf had en niet met een Nederlander kon worden gelijkgesteld volgens de WWB. De Terugkeerrichtlijn was ten tijde van de aanvraag nog niet geïmplementeerd en kon daarom niet worden ingeroepen.
De Raad concludeerde dat het dagelijks bestuur terecht de aanvraag had afgewezen wegens het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om algemene bijstand is afgewezen wegens het niet voldoen aan de identificatieplicht volgens artikel 17, derde lid, WWB.