ECLI:NL:CRVB:2012:BY0190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering halfwezenuitkering wegens ontbreken juridisch vaderschap
Appellante heeft een halfwezenuitkering aangevraagd op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van [M.], die volgens haar de biologische vader is van haar dochter [D.]. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat [M.] niet de juridische vader was en appellante niet gehuwd of samenwonend was met de overledene op het moment van overlijden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Raad oordeelt dat de biologische vader niet als juridische vader kan worden aangemerkt voor de ANW en dat het ontbreken van het juridische vaderschap betekent dat [D.] niet als halfwees kan worden beschouwd.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel wordt verworpen omdat het belang van de Staat om duidelijkheid te hebben over het juridische vaderschap zwaarder weegt dan het belang van appellante en haar dochter. De mogelijkheid om het vaderschap juridisch vast te stellen bestaat nog voor [D.], maar is niet benut.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de halfwezenuitkering wegens ontbreken van juridisch vaderschap.