ECLI:NL:CRVB:2012:BX9894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit aanvullende beurs en niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding
Appellant vroeg op 23 augustus 2010 een aanvullende beurs aan met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2008. De Minister besloot op 28 augustus 2010 de beurs toe te kennen vanaf 1 september 2010, afwijkend van de gevraagde datum. De hoogte van de beurs werd later vastgesteld op 27 oktober 2010.
Appellant stuurde op 18 februari 2011 een brief waarin hij aandacht vroeg voor het uitblijven van een beslissing met terugwerkende kracht. De Minister zag dit als een ingebrekestelling en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk bij besluit van 2 maart 2011. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 26 april 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
De Raad oordeelt dat de brief van 18 februari 2011 als bezwaarschrift had moeten worden aangemerkt, ook al was deze buiten de bezwaartermijn ingediend. De Minister had bij onduidelijkheid contact moeten zoeken met appellant. Omdat appellant de bezwaartermijn ruimschoots heeft overschreden zonder geldige reden, is het bezwaar niet-ontvankelijk. Het besluit van 2 maart 2011 wordt vernietigd en het bezwaar van 18 februari 2011 niet-ontvankelijk verklaard.
De Minister wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant en moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het besluit van 2 maart 2011 wordt vernietigd.