ECLI:NL:CRVB:2012:BX9668

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-6931 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:26 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden appellant zonder opvolging

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage. Tijdens de procedure is gebleken dat appellant op 14 september 2011 is overleden. Tot het moment van de zitting op 14 februari 2012 hebben zich geen erfgenamen gemeld die het geding wilden voortzetten. De gemachtigde van appellant heeft aangegeven niet langer op te kunnen treden.

De Raad heeft het onderzoek heropend en een mededeling gedaan in de Staatscourant over de behandeling van de zaak op 11 september 2012. Op die zitting is niemand verschenen namens appellant. De Sociale verzekeringsbank werd vertegenwoordigd door een gemachtigde.

Gezien het ontbreken van een procesbelang en opvolging door erfgenamen heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk is behandeld en de bestreden uitspraak van de rechtbank blijft staan.

Uitkomst: Het hoger beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden zonder opvolging door erfgenamen.

Uitspraak

09/6931 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 18 november 2009, 09/273 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
wijlen [Appellant], in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak 9 oktober 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.J. van Basten Batenburg, advocaat, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Mr. Van Basten Batenburg heeft de Raad bericht dat appellant op 14 september 2011 is overleden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 februari 2012. Bij die gelegenheid is gebleken dat zich tot dat moment geen erven van appellant hadden gemeld. Mr. Van Basten Batenburg heeft meegedeeld dat hij in deze procedure niet langer als gemachtigde kan optreden. Het onderzoek is vervolgens gesloten.
De Raad heeft het onderzoek heropend. De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer van de Raad.
Vervolgens is, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant mededeling gedaan van de behandeling van de zaak ter zitting van 11 september 2012. Voor appellant is op 11 september 2012 niemand verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. O.F.M. Vonk.
OVERWEGINGEN
De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Dit brengt mee dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Het hoger beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2012.
(getekend) C. van Viegen
(getekend) J.T.P. Pot
IJ