ECLI:NL:CRVB:2012:BX9586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op huishoudelijke verzorging wegens beperkingen bij appellant
Appellante had een aanvraag voor huishoudelijke verzorging afgewezen gekregen door het college van burgemeester en wethouders van Heerlen. Na bezwaar en een ongegrondverklaring daarvan door het college, verklaarde de rechtbank het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat appellante beperkingen heeft die zwaar huishoudelijk werk onmogelijk maken, zoals vastgesteld door een revalidatiearts. Het college baseerde zich op eerdere medische adviezen die geen ernstige beperkingen aannamen, maar de Raad vond deze onvoldoende geobjectiveerd.
De Raad vernietigde het besluit van het college en bepaalde dat appellante recht heeft op 3 uur huishoudelijke verzorging per week. Omdat appellante geen hulp had ingekocht in de tussentijd, heeft de uitspraak geen terugwerkende kracht. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het college wordt verplicht huishoudelijke verzorging van 3 uur per week te verlenen aan appellante.