ECLI:NL:CRVB:2012:BX9454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 2 november 2010 waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 3 januari 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Dit bezwaar werd op 23 februari 2011 ongegrond verklaard. De rechtbank Maastricht heeft het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond verklaard, waarbij zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de conclusies inzichtelijk waren.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet geschikt is voor arbeid op de reguliere arbeidsmarkt, mede vanwege een WSW-indicatie en een rapportage van psycholoog Eggen die stelt dat hij niet zonder bijzondere begeleiding kan werken. Hij stelde dat de maatmanfunctie als onderhoudstimmerman moet worden beschouwd in plaats van timmerman. De Raad overwoog dat de rechtbank terecht had geconcludeerd dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verschillen tussen de FML's van de verzekeringsarts en psycholoog Eggen verklaard kunnen worden door verschillende wettelijke kaders.
De Raad stelde vast dat de WSW-indicatie niet doorslaggevend is voor de WIA-beoordeling en dat de rapportages van de psycholoog onvoldoende medische onderbouwing bevatten om het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts te wijzigen. De maatmanfunctie is juist vastgesteld als timmerman en de geschiktheid van de voorgehouden functies is adequaat toegelicht. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.