ECLI:NL:CRVB:2012:BX9373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vordering studiefinanciering meerinkomen 2007 op grond van destijds geldend recht
Betrokkene ontving in 2007 studiefinanciering, aanvankelijk als basisbeurs tot augustus en vanaf september als lening, waarbij de lening vanaf november 2007 niet werd uitbetaald (nullening). De Minister stelde in 2010 een vordering vast wegens meerinkomen over 2007, inclusief een vergoeding voor de reisvoorziening.
Betrokkene maakte bezwaar tegen deze vordering, stellende dat alleen inkomsten tot augustus 2007 mee mochten tellen en dat hij geen lening had willen ontvangen vanaf september. De rechtbank oordeelde dat het recht van 2010 moest worden toegepast en verklaarde het beroep gegrond.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak en stelt dat de vordering moet worden vastgesteld op basis van het recht dat gold in 2007, ongeacht dat het besluit pas in 2010 is genomen. De Raad benadrukt dat ook een nullening als studiefinanciering geldt en dat het bezit van de OV-studentenkaart de vordering voor de reisvoorziening rechtvaardigt, ongeacht gebruik.
De Raad wijst erop dat betrokkene op de hoogte was van de lening en dat hij de studiefinanciering had kunnen stopzetten om de vordering te vermijden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vordering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de vordering wegens meerinkomen over 2007 wordt bevestigd op basis van het recht uit 2007.