ECLI:NL:CRVB:2012:BX9275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering na onjuiste medische en arbeidskundige beoordeling door UWV
Appellant ontvangt sinds 1993 een WAO-uitkering. Het UWV trok deze uitkering per 24 november 2008 in omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn, wat door de rechtbank werd bevestigd. Na aanvullend deskundigenonderzoek stelde het UWV in 2012 de mate van arbeidsongeschiktheid bij op 55 tot 65% en herzag het besluit.
Appellant voerde aan dat hij meer beperkt was dan vastgesteld en dat het maatmaninkomen onjuist was bepaald. De Raad oordeelde dat het oorspronkelijke besluit onjuist was vanwege een onjuiste medische en arbeidskundige grondslag en vernietigde dit besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad volgde het deskundigenrapport dat een depressie en beperkingen in executieve functies vaststelde en concludeerde dat de aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en de daarop gebaseerde herziening van de uitkering juist waren. Het beroep tegen het herzieningsbesluit werd ongegrond verklaard.
Verder werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en de proceskosten van appellant in hoger beroep.
Uitkomst: Het oorspronkelijke besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, het beroep tegen de herziening wordt ongegrond verklaard, en het UWV wordt veroordeeld tot proceskosten en rentevergoeding.