ECLI:NL:CRVB:2012:BX9211

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-2130 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1a AwbArtikel 9.b.3 CAO voortgezet onderwijs 2008-2010
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontslag wegens onbekwaamheid en verstoorde arbeidsverhouding

Appellant was sinds september 2006 werkzaam als systeembeheerder/applicatiebeheerder bij de stichting. Na de invoering van een nieuw ICT-systeem in 2008 bleek dat appellant niet meer voldeed aan de functie-eisen. Een extern onderzoek bevestigde een onvoldoende kennisniveau, waarna meerdere gesprekken en cursussen volgden.

Ondanks de geboden kansen slaagde appellant niet voor de verplichte examens in december 2009, wat leidde tot het voornemen tot ontslag. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het ontslag op grond van onbekwaamheid rechtmatig was.

In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, stellende dat appellant onvoldoende in staat was zijn functie adequaat te vervullen. Het beroep werd verworpen en het ontslag bevestigd.

Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens onbekwaamheid en verstoorde arbeidsverhouding wordt bevestigd.

Uitspraak

11/2130 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 9 maart 2011, 10/1629 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.]
[Naam Stichting] (stichting)
Datum uitspraak 4 oktober 2012.
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De stichting heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 augustus 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. ing. W.T. van der Leij. De stichting heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.H.M. Poort, advocaat.
OVERWEGINGEN
1.1. Appellant was vanaf 1 september 2006 als systeembeheerder/applicatiebeheerder werkzaam bij (de rechtsvoorganger van) de stichting.
1.2. Bij besluit van 28 mei 2010 heeft de stichting appellant met ingang van 1 september 2010 ontslag verleend met toepassing van artikel 9.b.3, aanhef en onder g, van de CAO voor het voortgezet onderwijs 2008-2010 wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het verrichten van zijn functie uit anderen hoofde dan op grond van ziekten of gebreken, alsmede met toepassing van genoemd artikel, aanhef en onder l, wegens een verstoorde arbeidsverhouding.
1.3. Appellant heeft tegen dit besluit met toepassing van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) rechtstreeks beroep bij de rechtbank ingesteld.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak dit beroep ongegrond verklaard. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat appellant niet, althans onvoldoende, in staat was om zijn functie op adequate wijze te vervullen, dat het ontslag op de eerstgenoemde grond rechtmatig is en dat het ontslag op de tweede grond daarom onbesproken kan blijven.
3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat er, gelet op zijn eigenschappen, mentaliteit en instelling, geen sprake was van ongeschiktheid voor zijn functie.
4. De Raad oordeelt als volgt.
4.1. De Raad onderschrijft het standpunt van de rechtbank. Hij merkt hierbij nog op dat, nadat in de loop van 2008 een nieuw ICT-systeem op de betrokken school was ingevoerd, naar voren kwam dat appellant niet (meer) tegen de bij zijn functie behorende taken was opgewassen. Op 3 oktober 2008 heeft de leidinggevende van appellant met hem besproken dat de interne beveiliging van het netwerk nog steeds niet op orde was en dat twijfel bestond of appellant wel over het vereiste kennisniveau beschikte. Afgesproken is toen dat het kennisniveau van appellant door een externe deskundige zou worden onderzocht. Uit dit onderzoek volgde dat dit niveau zonder meer onvoldoende was. Nadien is nog meerdere malen met appellant over zijn tekortkomingen gesproken. De stichting heeft appellant in de gelegenheid gesteld een tweetal cursussen te volgen, waarbij hem is voorgehouden dat hij voor het na afloop van deze cursussen te houden examen niet mocht zakken. Behalve in de brief van 20 mei 2009, waarvan appellant heeft gesteld dat hij die brief niet heeft ontvangen, is dit vermeld in het verslag van de bijeenkomst van 3 maart 2009 en in de brief van 8 december 2009. Appellant heeft in december 2009 het examen, en vervolgens het herexamen, evenwel niet met goed gevolg afgelegd. Dit was uiteindelijk de aanleiding voor de stichting om appellant op 8 januari 2010 zijn voornemen hem te ontslaan kenbaar te maken.
4.2. Hieruit volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5. Voor veroordeling in proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en J.N.A. Bootsma als leden, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2012.
(getekend) J.G. Treffers
(getekend) A.C. Oomkens
HD