ECLI:NL:CRVB:2012:BX9210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.H. Bel
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij intrekking bijstand
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg trok de bijstand in na onderzoek naar het hoofdverblijf van appellant, met ingang van 6 augustus 2009. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
Appellant stelde dat het hem vooral ging om de verrekening van de Wajong-uitkering met de bijstand, omdat hij over een periode van circa vijf maanden geen uitkering ontving. Uit stukken bleek dat appellant over de periode 8 juli 2009 tot 8 september 2009 geen recht had op bijstand, maar wel op een Wajong-uitkering die ook werd uitbetaald.
De Raad overwoog dat appellant geen voldoende procesbelang had bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, omdat het resultaat dat hij nastreefde feitelijk niet bereikt kon worden. Voor onduidelijkheden over verrekening en uitbetaling na de periode kon appellant zich tot het college of het UWV wenden.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.