ECLI:NL:CRVB:2012:BX9207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.H. Bel
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit onderzoek bleek dat zij gedurende een bepaalde periode een auto op haar naam had staan, waardoor haar vermogen de toegestane grens overschreed. Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage trok de bijstand over die periode in en vorderde de kosten van bijstand terug.
Appellante voerde aan dat de auto slechts op haar naam stond als vriendendienst en niet haar eigendom was, en dat zij niet wist dat zij dit had moeten melden. De Raad oordeelde dat het feit dat de auto op haar naam stond de veronderstelling rechtvaardigt dat zij erover kon beschikken. De door haar overgelegde verklaring was onvoldoende om dit te weerleggen.
De Raad stelde vast dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden en dat het college terecht de bijstand had ingetrokken en de kosten had teruggevorderd. Ook was het college bevoegd om de terugvordering te bruteren, aangezien appellante verwijtbaar had gehandeld. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting en verklaart het hoger beroep ongegrond.