ECLI:NL:CRVB:2012:BX9200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag indicatiestelling pleegzorg voor voogd zonder pleegcontract
Appellant, benoemd tot voogd over minderjarigen na het overlijden van hun moeder, vroeg bij Bureau Jeugdzorg (Bjz) om indicatiestelling voor pleegzorg en een pleegoudervergoeding. Bjz wees de aanvraag af omdat appellant geen pleegcontract had gesloten voordat hij voogd werd en daarom niet in aanmerking kwam voor de regeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat de Regeling Pleegzorg alleen subsidie biedt aan pleegouders die voorafgaand aan voogdij een pleegcontract hadden. Appellant voerde hoger beroep en stelde dat er sprake was van overmacht en dat Bjz een informatieplicht had om hem te informeren over de mogelijkheid tot pleegouderschap.
De Raad oordeelde dat de overmachtsituatie geen grond biedt om de afwijzing te herzien en dat Bjz geen informatieplicht had, aangezien zij via de advocaat van appellant informatie had verstrekt. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant niet in dezelfde situatie verkeerde als pleegouders met een pleegcontract.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om indicatiestelling voor pleegzorg en pleegoudervergoeding werd afgewezen omdat appellant geen pleegcontract had gesloten vóór zijn benoeming tot voogd.