ECLI:NL:CRVB:2012:BX9047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning AOW-pensioen met beperkte terugwerkende kracht en beroep ongegrond verklaard
Appellant, geboren in 1940, vroeg in augustus 2009 een AOW-pensioen aan met terugwerkende kracht vanaf augustus 2008. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende hem slechts 18% van het maximale pensioen toe, omdat terugwerkende kracht in bijzondere gevallen beperkt is tot maximaal één jaar.
Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. De Raad oordeelde echter dat appellant redelijkerwijs mocht vertrouwen op tijdige ontvangst van zijn aangetekende beroepschrift en vernietigde de niet-ontvankelijkverklaring.
Inhoudelijk oordeelde de Raad dat appellant geen bijzondere omstandigheden had aangetoond die een verdere terugwerkende kracht rechtvaardigen. Ook was appellant niet verschoonbaar onbekend met zijn pensioenrechten, ondanks informatie van een ambtenaar die niet bevoegd was. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bepaalde dat de Svb het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van 18% van het maximale AOW-pensioen wordt ongegrond verklaard.