ECLI:NL:CRVB:2012:BX8580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen schorsing AOW-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellante maakte bezwaar tegen de schorsing van haar AOW-uitkering per augustus 2010, omdat zij na het overlijden van haar echtgenoot was hertrouwd. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij ernstig ziek was en niemand kon vinden die haar het besluit kon uitleggen, waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat appellante dit niet met stukken had onderbouwd en dat haar leeftijd en ongeletterdheid daaraan niet afdoen.
De Raad concludeerde dat appellante in staat was om hulp in te schakelen en haar belangen naar behoren te laten behartigen. Daarom werd de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade in aanwezigheid van griffier M.R. Schuurman op 28 september 2012.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding; het bezwaar is niet-ontvankelijk.