ECLI:NL:CRVB:2012:BX8234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- T.L. de Vries
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten dagloonberekening WIA-uitkering en opdracht nieuw besluit
Appellante betwistte de hoogte van het dagloon dat het UWV had vastgesteld voor haar WIA-uitkering per 7 januari 2010. Zij stelde dat een bedrag van €604,-, verband houdend met niet genoten vakantie- en verlofdagen, ten onrechte niet was meegenomen in de dagloonberekening.
De Raad overwoog dat dit bedrag alleen mag worden meegenomen indien het in het refertejaar vorderbaar maar niet inbaar was geworden. Appellante kon niet aantonen dat zij de werkgever op niet mis te verstane wijze had gemaand tot betaling binnen het refertejaar, waardoor het bedrag niet als niet inbaar kon worden beschouwd.
Het UWV erkende dat het eerder vastgestelde dagloon onjuist was en stelde een nieuw dagloon van €62,78 vast. De Raad vernietigde de eerdere besluiten en droeg het UWV op een nieuw besluit op bezwaar te nemen conform deze berekening. Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van geestelijk leed.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten van appellante, bestaande uit reiskosten en advieskosten, en wees overige kosten af. De uitspraak bevestigt de noodzaak van correcte toepassing van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen bij dagloonberekeningen.
Uitkomst: De Raad vernietigt de besluiten over het dagloon en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen met een dagloon van €62,78; schadevergoeding wordt afgewezen.