ECLI:NL:CRVB:2012:BX8181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- J.F. Bandringa
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlaging bijstand wegens kwalificatie gesubsidieerde arbeid als werkervaringsplaats
Appellant ontving bijstand en is vervolgens een overeenkomst voor bepaalde tijd aangegaan met een werkgever, bedoeld als gesubsidieerde arbeid in het kader van arbeidsinschakeling. Het dagelijks bestuur verlaagde de bijstand met 100% voor de maand juni 2009 omdat appellant volgens hen door eigen toedoen algemeen geaccepteerde arbeid niet had behouden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze verlaging ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat de overeenkomst met de werkgever moet worden aangemerkt als een werkervaringsplaats, een voorziening gericht op arbeidsinschakeling, en dus niet als algemeen geaccepteerde arbeid. Hierdoor kon de verlaging niet worden gebaseerd op het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het dagelijks bestuur op om binnen zes weken het gebrek te herstellen. Tevens werd overwogen dat het dagelijks bestuur een nieuw besluit moet nemen over de maatregel, rekening houdend met de ernst van de gedraging en persoonlijke omstandigheden. De negatieve houding van appellant tijdens het traject werd erkend, maar dit rechtvaardigde niet de oorspronkelijke maatregel zoals opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlaging van bijstand wordt vernietigd en het dagelijks bestuur wordt opgedragen het besluit te herstellen.