ECLI:NL:CRVB:2012:BX8067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens wangedrag na seksuele intimidatie binnen Defensie
Appellant, soldaat derde klasse bij de Koninklijke Landmacht, werd ontslagen wegens wangedrag op grond van artikel 39, lid 2, aanhef en onder l van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR). Dit betrof het samen met twee andere mannelijke medeleerlingen binnendringen in de slaapkamer van vrouwelijke collega’s en het intimideren en lichamelijk pijn doen van een van hen.
De politierechter heeft appellant schuldig verklaard aan opzettelijke feitelijke aanranding, waarbij hij op het lichaam van het slachtoffer is gaan zitten. Dit vonnis is in kracht van gewijsde gegaan. De Raad stelt vast dat het gedrag van appellant ernstig is en kwalificeert dit als wangedrag. De stelling van appellant dat het om een dolletje ging, wordt verworpen.
De Raad acht het ontslag niet onevenredig, mede gelet op het feit dat appellant het vertrouwen van de minister als integere ambtenaar ernstig heeft geschaad. Het ministerie hechtte groot belang aan een sociaal veilige werkomgeving, zoals neergelegd in de Gedragscode Defensie, waarvan appellant op de hoogte was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens wangedrag wordt bevestigd als niet onevenredig.