ECLI:NL:CRVB:2012:BX7759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid ondanks schouder- en liesklachten
Appellant was werkzaam als algemeen medewerker in de bouw en meldde zich ziek met schouderklachten. Het UWV weigerde de Ziektewetuitkering vanaf 22 maart 2010, omdat een verzekeringsarts oordeelde dat appellant geschikt was voor zijn werk. Na bezwaar bleef dit oordeel gehandhaafd door de bezwaarverzekeringsarts, die op basis van dossieronderzoek en medisch bewijs concludeerde dat de klachten appellant niet belemmeren bij zijn werkzaamheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn schouderklachten en liesbreuk hem verhinderen te werken en dat een deskundigenonderzoek had moeten plaatsvinden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende gemotiveerd had aangegeven waarom appellant geschikt is voor zijn werk, mede omdat het werk geen bovenhands tillen vereist en de liesbreuk niet medisch onderbouwd is als belemmering.
Omdat appellant geen nieuwe medische informatie overlegde, zag de Raad geen reden voor nader onderzoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt is voor zijn arbeid ondanks klachten.