ECLI:NL:CRVB:2012:BX7669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag ziekengeld wegens ontslag zonder bijzondere medische redenen
Betrokkene was werkzaam als leerling verzorgende en meldde zich ziek wegens psychische klachten en problemen met haar verstandskies. Zij diende ontslag in en vroeg per 1 december 2008 een uitkering op grond van de Ziektewet aan. De werkgever weigerde de uitkering omdat betrokkene zonder bijzondere medische redenen ontslag had genomen en daarmee onnodig een beroep deed op de Ziektewet.
De rechtbank had een deskundige geraadpleegd die concludeerde dat betrokkene rond de ontslagdatum een psychiatrisch toestandsbeeld had dat haar ontslag niet aanrekenbaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van de werkgever.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat betrokkene haar ontslag bewust en weloverwogen heeft genomen, zich de financiële consequenties realiseerde en niet in een toestand verkeerde waarin zij de gevolgen niet kon overzien. De Raad stelt dat er geen medische grond is om het ontslag als onaanrekenbaar te beschouwen en vernietigt het vonnis van de rechtbank. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van ziekengeld gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van ziekengeld gehandhaafd.