ECLI:NL:CRVB:2012:BX7664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hersteldverklaring en beëindiging ZW-uitkering ondanks rug- en psychische klachten
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, viel uit wegens arm-, hand-, schouder-, rug- en psychische klachten. Na een eerdere WIA-beoordeling waarbij beperkingen waren vastgesteld, werd hij per 18 februari 2011 hersteld verklaard voor zijn maatgevende arbeid. Het Uwv beëindigde daarop zijn Ziektewetuitkering. Appellant maakte bezwaar en voerde in hoger beroep aan dat het Uwv onzorgvuldig had gehandeld door onvoldoende rekening te houden met nieuwe medische informatie.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, mede op basis van dossieronderzoek, hoorzittingen en informatie van de huisarts. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en stelde vast dat de artsen op de hoogte waren van de klachten en deze hadden meegewogen bij de beoordeling van de belastbaarheid.
Een door appellant overgelegd rapport van een andere verzekeringsarts werd niet als overtuigend beoordeeld omdat deze arts appellant niet had onderzocht en zich slechts baseerde op dossierinformatie. De Raad concludeerde dat de belastbaarheid van appellant niet was afgenomen ten opzichte van eerdere beoordelingen en dat de hersteldverklaring terecht was gegeven.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de hersteldverklaring en beëindiging van de ZW-uitkering bevestigd.