ECLI:NL:CRVB:2012:BX7650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning hulp bij het huishouden voor zwaar werk zonder lichte werkzaamheden
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Na een huisbezoek en medisch onderzoek door een GGD-arts werd vastgesteld dat zij beperkt is voor zwaar huishoudelijk werk vanwege een bekkenprobleem, maar geen beperkingen heeft voor lichte huishoudelijke werkzaamheden. Het bestuur kende haar een persoonsgebonden budget toe voor twee uur per week zwaar huishoudelijk werk.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat zij ook geen lichte huishoudelijke werkzaamheden kan verrichten en verzocht om een second opinion. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de medische beoordeling van de GGD-arts juist was en dat appellante niet voldoende gemotiveerd had aangetoond dat haar beperkingen anders waren dan vastgesteld.
De Raad concludeerde dat appellante terecht is aangewezen op hulp bij zwaar huishoudelijk werk voor twee uur per week en dat er geen aanleiding is om ook lichte huishoudelijke hulp toe te kennen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van twee uur per week hulp bij zwaar huishoudelijk werk wordt bevestigd zonder lichte huishoudelijke hulp.