ECLI:NL:CRVB:2012:BX7649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vervoerskostenvoorziening wegens mogelijkheid gebruik openbaar vervoer
Appellante diende op 4 maart 2011 een aanvraag in voor een vervoerskostenvoorziening in de vorm van een DrechtHopperpas op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Het bestuur wees deze aanvraag af omdat appellante geacht werd gebruik te kunnen maken van het openbaar vervoer. Na bezwaar en een huisbezoek, waarbij een rapport van de GGD werd opgesteld, handhaafde het bestuur het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betwistte appellante dat zij in staat is 20 minuten te lopen en stelde dat het bestuur onjuiste onderzoeksvragen had gesteld, omdat het erom gaat of zij daadwerkelijk de bushaltes kan bereiken en op de plaats van bestemming kan komen. Het bestuur verweerde zich met het standpunt dat het onderzoek voldoende heeft aangetoond dat appellante geen belemmeringen ondervindt in het gebruik van het openbaar vervoer.
De Raad overwoog dat volgens de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden een vervoersvoorziening wordt geweigerd indien iemand in staat is het openbaar vervoer te bereiken en te gebruiken. Het bestuur hanteert als uitgangspunt dat een persoon die zelfstandig 800 meter kan lopen, in beginsel in staat is het openbaar vervoer te bereiken. De Raad volgde dit uitgangspunt en vond het advies van de GGD, waarin werd geconcludeerd dat appellante 20 minuten kan lopen, voldoende. Er waren geen aanwijzingen om dit advies te betwijfelen.
De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag voor een vervoerskostenvoorziening wordt bevestigd.