ECLI:NL:CRVB:2012:BX7447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WAO-uitkering wegens niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als schoonmaker, meldde zich op 19 september 1990 ziek met klachten die varieerden van luchtweginfectie tot psychische aandoeningen. Ondanks diverse ziekmeldingen en hersteldverklaringen liep zijn Ziektewet-uitkering door tot 13 februari 1991, waarna deze werd ingetrokken omdat appellant geschikt werd geacht voor zijn werk en controlevoorschriften had overtreden.
In 2009 vroeg appellant een WAO-uitkering aan, stellende ernstig ziek te zijn en niet te kunnen werken. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was geweest. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dit oordeel, wijzend op medische gegevens en eerdere rechterlijke uitspraken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en concludeerde dat appellant vanaf 13 februari 1991 niet meer arbeidsongeschikt was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn gezondheid in het buitenland was verslechterd, maar de Raad zag geen aanleiding het oordeel van de rechtbank te wijzigen.
De Raad benadrukte dat het risico van ontbrekende medische gegevens bij een late aanvraag voor rekening van appellant komt. De afwijzing van de WAO-uitkering blijft daarom in stand en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de WAO-uitkering bevestigd.