ECLI:NL:CRVB:2012:BX7215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op IVA-uitkering bij vastgesteld arbeidsongeschiktheidspercentage van 50,97%
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond verklaard. Het UWV had vastgesteld dat appellant vanaf 24 mei 2010 recht heeft op een loongerelateerde WGA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheidspercentage van 50,97%. Appellant stelde dat zijn beperkingen werden onderschat en dat bij de berekening van de resterende verdiencapaciteit ten onrechte was uitgegaan van een urenomvang van 54 uur per week in plaats van de door hem opgegeven 82,39 uur.
De Raad oordeelde dat de medische conclusies van de (bezwaar)verzekeringsarts over de belastbaarheid van appellant niet in twijfel worden getrokken en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij meer beperkingen heeft dan aangenomen. De bezwaararbeidsdeskundige had bij de berekening van de resterende verdiencapaciteit rekening gehouden met de urenomvang van de maatman van 54 uur, wat resulteerde in een arbeidsongeschiktheidspercentage van 50,97%. Bij een urenomvang van 82,39 uur zou dit percentage stijgen tot 68%, maar dit leidt niet tot recht op een IVA-uitkering.
De Raad benadrukte dat het arbeidsongeschiktheidspercentage dat ten grondslag ligt aan de loongerelateerde WGA-uitkering niet van belang is voor de hoogte van die uitkering, maar dat de urenomvang van de maatman wel een rol kan spelen bij de vaststelling van de hoogte van de WGA-vervolguitkering. Gezien het voorgaande werd het hoger beroep afgewezen en bleef het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant heeft geen recht op een IVA-uitkering.