ECLI:NL:CRVB:2012:BX7044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bijstandsverlening wegens onjuiste vermogensvaststelling en afstemming
Appellant werd na ontslag op staande voet geconfronteerd met een afwijzing van zijn aanvraag voor bijstand vanwege overschrijding van de vermogensgrens. Het college had bij de vermogensvaststelling bepaalde schulden buiten beschouwing gelaten en de ingangsdatum van de bijstand vastgesteld op 3 december 2009, ondanks dat appellant zich pas op 11 december 2009 meldde bij de Dienst Werk en Inkomen.
De rechtbank had het besluit van het college deels vernietigd wegens onvoldoende motivering en had het college opgedragen een nieuw besluit te nemen. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college niet volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant, met name door schulden niet mee te nemen en een eenmalige afstemming toe te passen wegens onverantwoord gebruik van spaargeld.
De Raad stelt vast dat het feitelijk bestaan van de schulden onvoldoende aannemelijk is gemaakt, maar dat het griffierecht en proceskosten wel bij de vermogensvaststelling hadden moeten worden betrokken. De afstemming wordt bevestigd omdat appellant door vervroegde aflossing het tijdstip van bijstandsbehoefte heeft vervroegd. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd wegens gebrekkige motivering en onjuiste vermogensvaststelling, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.