ECLI:NL:CRVB:2012:BX7031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.Th. Wolleswinkel
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte ontslagvergoeding en schadevergoeding bij ambtenarensontslag
Betrokkene was werkzaam bij de gemeente Eindhoven en werd per 1 maart 1998 ontslagen wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid. Na vernietiging van het oorspronkelijke besluit door de rechtbank en nieuwe besluitvorming door het college, ontstond een arbeidsconflict over de ontslagvergoeding. De rechtbank kende betrokkene een aanvullende vergoeding van €10.000 toe bovenop de reeds toegekende uitkering.
Het college ging in hoger beroep tegen deze aanvullende vergoeding, stellende dat betrokkene een overwegend aandeel had in het conflict en dat de reeds toegekende vergoeding toereikend was. De Raad oordeelde dat het college onvoldoende aanleiding gaf om de rechtbankuitspraak te wijzigen, met name omdat het ontslag per 1 maart 1998 zijn beslag had gekregen en gebeurtenissen daarna geen rol konden spelen.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek van betrokkene om schadevergoeding op grond van artikel 8:73 van Pro de Awb af, omdat de schade gerelateerd was aan het ontslag dat buiten de vernietiging bleef en de schadeposten onvoldoende waren onderbouwd. Ook dit oordeel werd door de Raad bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde het bestreden vonnis voor zover aangevochten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toekenning van een aanvullende ontslagvergoeding van €10.000 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.