ECLI:NL:CRVB:2012:BX6690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant diende een aanvraag in voor bijstand en gaf een woonadres op. Vanwege twijfels over zijn woon- en leefsituatie bezocht een handhavingsspecialist het opgegeven adres, maar appellant was niet aanwezig. Vervolgens ontving appellant meerdere oproepen van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) om te verschijnen voor nadere informatie, waarop hij geen gehoor gaf.
Het college wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat appellant niet had doorgegeven dat hij tijdelijk op een ander adres verbleef en geen toereikende postvoorziening had getroffen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en ook in hoger beroep faalt het verweer van appellant dat hem geen verwijt treft vanwege de korte termijnen en zijn tijdelijke afwezigheid.
De Raad oordeelde dat de termijnen redelijk waren en dat appellant had kunnen en moeten weten dat hij op korte termijn op oproepen moest reageren. Zijn enkele verklaring over tijdelijk verblijf bij zijn broer en de mededeling dat zijn broer de post regelde, waren onvoldoende om te concluderen dat hij aan zijn verplichtingen had voldaan. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting door appellant.